Posts tonen met het label gedragstherapie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedragstherapie. Alle posts tonen

06 december 2023

MOET JE LEIDERSCHAP TONEN AAN JE HOND?

"Je moet leiderschap tonen, anders gaat je hond zich ongewenst gedragen," hoor ik regelmatig om me heen. In een aantal afleveringen van 'Met Bromet naar hondencursus' ging het ook regelmatig over leiderschap tonen. Maar wat is leiderschap? Waar komt het vandaan? In dit artikel duik ik in de oorsprong van het woord leiderschap en hoe dit gebruikt wordt in de omgang met honden. En natuurlijk vertel ik jullie of je nu wel of niet leiderschap moet tonen aan je hond.


DE HERKOMST VAN HET WOORD LEIDERSCHAP IN HONDENTRAINING


Wanneer men het heeft over leiderschap tonen aan je hond, wordt er meestal bedoeld dat je de baas, de 'alfa' of de 'roedelleider' moet zijn van je hond. Deze manier van leiderschap tonen is grotendeels gebaseerd op verouderde theorieën over hondenpsychologie, namelijk de dominantietheorie. Het idee van deze dominantietheorie, dat mensen als 'alfa' of 'roedelleider' moeten optreden om respect van hun hond te krijgen, is gebaseerd op oude studies van wolven in gevangenschap. Tijdens deze observaties werd vaak agressief gedrag en een machtsstrijd tussen de wolven gezien, waardoor men dacht dat dit ook van toepassing was op de hond, die een gedomesticeerde nakomeling van de wolf is. 

 

Omdat de geobserveerde wolven elkaar corrigeerden en gevechten met elkaar aangingen om te bepalen wie de baas was, werd aangenomen dat honden onderling ook zo met elkaar omgaan. Honden stammen tenslotte af van een wolf, dus 'hun gedrag moet wel hetzelfde zijn', werd er gedacht. En omdat honden nu samenleven met de mens, zou de mens moeten oppassen dat de hond niet de roedelleider wil worden. Daarom kun je je maar beter nét zo opstellen als de baas van de wolven: als de alfa, de roedelleider. Zo kan ongewenst gedrag de kop ingedrukt worden. De baas, de roedelleider bepaalt alles, dus de hond moet luisteren en als dat niet gebeurt, moet er ingegrepen worden, zo werd en wordt er nog steeds door veel mensen gedacht. 

 

Bij het leiderschap tonen worden regelmatig strafmaatregelen gebruikt, om zo de hond de baas te kunnen blijven. Je moet hierbij denken aan de hond in het nekvel pakken, stemverheffing gebruiken, de hond op de zij of de rug leggen, een dreigende houding aannemen, de hond laten schrikken, hem tot iets dwingen wat hij echt niet wil, de hond in de zij prikken en tsss zeggen, een tik op de neus geven, corneren (in een hoek manoeuvreren), een sliplijn (liefst hoog achter de oren) omdoen, rukken aan de lijn geven, een bosje sleutels of een flesje gevuld met steentjes naar de hond gooien of de hond een prikband of e-collar omdoen. We noemen dit aversieve middelen en de methode wanneer er zo omgegaan wordt met een hond een aversieve methode. De betekenis van aversief is afkeer of weerzin opwekkend. De prikband en de e-collar (elektrische halsband) zijn inmiddels verboden in een aantal landen, waaronder in Nederland.

 

Heel veel hondeneigenaren en -trainers spreken over de roedelleider en over leiderschap tonen. Zij denken aan honden alsof zij wolven zijn en door honden geuite agressie en niet luisteren staat gelijk aan dominantie. Er wordt dan opgevoed en getraind op basis van deze inzichten. Maar... wist je dat deze denkwijze niet klopt? De dominantietheorie is echt volledig achterhaald! 

 

LEIDERSCHAP TONEN OP BASIS VAN DE DOMINANTIETHEORIE IS ACHTERHAALD

De eerste studies waren alleen maar van wolven in gevangenschap en verder onderzoek naar wolvengedrag heeft aangetoond dat de manier van omgaan met elkaar binnen wolvenroedels in het wild totaal verschilt van die in gevangenschap. In het wild bestaan wolvenroedels namelijk bijna altijd uit familiegroepen waarbij de 'leiders' eigenlijk gewoon de ouders of de oudere wolven zijn. Deze natuurlijke roedels gaan niet met elkaar om op basis van intimidatie en agressie, maar juist meer op basis van natuurlijke sociale banden en communicatie. 

 

Het is natuurlijk ook helemaal niet slim om binnen je eigen groep, binnen je eigen familie concurrenten van elkaar te zijn en elkaar te onderdrukken of de tent uit te vechten om iets voor elkaar te krijgen of om iets te bemachtigen. In leven blijven lukt alleen door samen te werken en elkaar te beschermen. In tegenstelling tot gevangen wolven, leven wilde wolven dus in familie-eenheden zonder duidelijke alfa's en onderdrukking!

 

De wolven die eerst werden geobserveerd, waren allerlei willekeurige wolven, die bij elkaar in een te kleine, omheinde ruimte gezet zijn. Zij leefden dus in gevangenschap, ze kenden elkaar niet, waren geen familie van elkaar en er was geen overvloed aan eten. Je kunt je dan misschien wel voorstellen, dat daar gevechten uit voort kwamen en dat het vanzelf de 'survival of the fittest' werd. Er werd gevochten om o.a. eten, om een goede ligplek en om de vrouwtjes. De sterkste wolf won en werd de baas over de minder sterke wolven in die groep. De term 'alfa' is dus alleen van toepassing op de sterkste wolf in gevangenschap, waar niet-verwante individuen samenleefden en een hiërarchie moesten vormen. 

 

Maar zo gaat het in het wild, in de natuur,  dus niet binnen een wolvengezin. Zoals gezegd vormen zij samen een familie, waarbinnen zij elkaar verzorgen, begeleiden en beschermen. Dat zien we nu goed in Nederland, met de verschillende wolvenroedels die zijn ontstaan. Een teef en een reu krijgen welpen en zo vormen zij samen een gezin, een groep, een roedel. Ze jagen samen en proberen elkaar veilig te houden. Ze blijven bij elkaar leven, tenzij een jongere reu of teef zelf op zoek gaat naar een partner om daarmee een nieuwe, eigen familie te beginnen en zo ontstaat er een nieuwe roedel.

 

HONDEN ZIJN GEEN ROEDELDIEREN

Wolven zijn daadwerkelijk roedeldieren. Ze leven in gestructureerde groepen waarin taken zoals het grootbrengen van jongen en jagen gezamenlijk worden uitgevoerd. Deze roedelstructuur is echter niet van toepassing op honden. Honden stammen af van een wolvensoort die al heel lang niet meer bestaat. Honden zijn sociaal, maar hun sociale structuur is fundamenteel anders dan die van wolven. 

 

Hoewel honden nauw verwant zijn aan wolven en dezelfde voorouderlijke oorsprong delen, hebben ze zich in de loop van duizenden jaren domesticatie aanzienlijk ontwikkeld en aangepast aan het leven met mensen. Hierdoor hebben ze een andere sociale structuur ontwikkeld dan hun wilde 'neven', de wolven. Het idee van de 'alfa'-hond en de dominantietheorie zijn dan ook niet van toepassing op de meeste honden, die gedijen in een omgeving gebaseerd op wederzijds respect, begrip en samenwerking met hun menselijke gezinsleden. De rol van de mens is om begeleider en verzorger te zijn en niet om zich op te stellen als een dominante 'alfa'.

 

Omdat leiderschap tonen gebaseerd is op de achterhaalde dominantietheorie, waarbij er een roedelleider bovenaan de roedel staat, is het tonen van leiderschap aan jouw gezinshond dus grote onzin. Jouw hond is geen wolf en dus geen roedeldier. Jouw hond wil niet de baas over jou zijn, maar met jou samenleven en samenwerken. Je bent een soort 'ouder' van je hond en ook een vriend.

 

HET OPVOEDEN VAN EEN HOND IS VERGELIJKBAAR MET HET OPVOEDEN VAN EEN KIND

Het opvoeden van honden lijkt op veel manieren op het opvoeden van een kind. Elke hond is uniek, met zijn eigen persoonlijkheid, behoeften en temperament, net zoals elk kind uniek is. Het is essentieel om elke hond individueel te benaderen en te begrijpen, net zoals ouders dat doen bij hun kinderen.

 

Rekening houden met gevoelens speelt een cruciale rol in hondenopvoeding, net zoals het dat doet bij de opvoeding van kinderen. Het betekent dat we ons moeten verplaatsen in de positie van onze hond en begrijpen hoe ze zich voelen en waaróm ze zich op een bepaalde manier gedragen. Dit stelt ons in staat om hen te helpen en effectiever met hen te communiceren.

 

Het is van groot belang om regels en grenzen te stellen voor zowel kinderen als honden, maar deze moeten op een positieve en respectvolle manier worden geïmplementeerd. Het gaat erom een goede, betrouwbare 'gids' te zijn voor zowel je kinderen als je hond, en niet om te proberen te domineren.

 

Elke hond is uniek, met zijn eigen persoonlijkheid, achtergrond en temperament. Het is van essentieel belang om elke hond individueel te benaderen en te begrijpen. In plaats van een one-size-fits-all benadering te volgen, moeten we rekening houden met de behoeften en capaciteiten van onze honden, net zoals we dat bij onze kinderen behoren te doen. 

 

MAAR... EEN HOND IS GEEN KIND

Je hond is natuurlijk geen kind. Je omgang met je hond lijkt in veel opzichten op hoe je omgaat met een kind en je mag jezelf ook best 'hondenmama' of 'hondenpapa' noemen, maar je doet je hond enorm tekort als je denkt dat je hond een kwetsbare baby is, die je moet vertroetelen en tegen alles in bescherming moet nemen. Je hond heeft ook gevoelens, maar je moet niet jouw eigen menselijke emoties projecteren op je hond. Dat is niet terecht. Jouw hond is anders dan een (jong) kind en zijn emoties zijn niet compleet hetzelfde als die van een mens.

 

Sociaal-emotioneel gezien zou je een hond kunnen vergelijken met kinderen van ongeveer 2 tot 2,5 jaar oud. Dit betekent dat ze een basisbegrip hebben van emoties, sociale interactie en eenvoudige commando's. Net zoals jonge kinderen kunnen honden gehecht raken aan hun verzorgers en angstig of ongemakkelijk zijn wanneer ze van hen gescheiden worden. Honden ontwikkelen een erg sterke band met hun eigenaar en soms ook met andere honden.

 

Honden hebben het vermogen om te leren, te onthouden en problemen op te lossen. Ze begrijpen eenvoudige commando's en kunnen verbanden leggen tussen hun gedrag en de gevolgen daarvan. Onderzoek heeft aangetoond dat honden verbale opdrachten kunnen begrijpen en reageren op non-verbale signalen - de lichaamstaal dus - van hun eigenaren. Bovendien hebben honden een goed geheugen voor bepaalde zaken, zoals locaties, mensen en dagelijkse routines. Honden en mensen verlangen beiden naar liefde, zorg, sociaal contact en begrip, maar ze hebben verschillende behoeften, vaardigheden en manieren van communiceren.

 

De cognitieve ontwikkeling van honden verschilt echter aanzienlijk van die van mensen. Honden hebben beperktere cognitieve capaciteiten dan mensen. Het vergelijken met kinderen doe je dus voornamelijk wanneer je kijkt naar de algemene manier van opvoeden, maar je kunt niet zelf invullen hoe een hond zich zal voelen op basis van hoe een mens zich voelt. Honden en mensen hebben verschillende behoeften, vaardigheden en communicatiestijlen. Het begrijpen van de unieke eigenschappen en behoeften van honden is heel belangrijk voor hun welzijn en de relatie tussen honden en hun eigenaren. Daarom is een goede hondencursus ook zo nuttig.

 

De wetenschap staat nooit stil en er valt nog veel te ontdekken over de cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden van honden. Wat we nu al wel weten, is dat we honden moeten behandelen met respect voor hun unieke eigenschappen en behoeften en dat we ons moeten verdiepen in hun manieren van leren en in hun communicatie. Zowel kinderen als honden hebben begripvolle, geduldige, liefhebbende en duidelijke verzorgers nodig. De 'taal' die we hierbij gebruiken is alleen anders. Om je hond goed te kunnen verzorgen, begeleiden en te trainen is het essentieel dat je je de taal van de hond eigen maakt. En dat doe je dus niet op de manier van de dominantietheorie en het daarop gebaseerde leiderschap, maar ook niet om je hond één op één te vergelijken met een kind.

 
BELONINGSGERICHT TRAINEN - DE NIEUWE KIJK OP HONDENTRAINING

Gelukkig heeft modern onderzoek naar hondengedrag en -training ons al heel veel inzichten opgeleverd die verder gaan dan de verouderde dominantietheorie. Wetenschappers en gedragsdeskundigen hebben ontdekt dat het toepassen van straf en dominantie niet de meest effectieve manier is om met hen om te gaan. Sterker nog, dit werkt alleen maar angst en agressie in de hand!

 

In plaats van te proberen de 'baas' van je hond te zijn, gaat het in moderne hondentraining over het belang van positieve bekrachtiging, empathie en samenwerking. In plaats van te straffen voor ongewenst gedrag, belonen we gewenst gedrag en creëren we een positieve leeromgeving voor onze honden. We leren onze honden duidelijk en met veel geduld wat er van hen verwacht wordt en zetten onze honden op voor succes, zodat ze zo min mogelijk 'de fout' in kunnen gaan. 

 

In plaats van ongewenst de kop in te drukken, gaan we de hond aanleren wat wél gewenst gedrag is. Hierbij houden we rekening met de gevoelens van de hond en achterhalen we de oorzaak van het gedrag, zodat we hier op de juiste manier op kunnen reageren. We belonen gewenst gedrag, zodat de hond dat gedrag vaker zal laten zien en hij begrijpt wat er van hem verwacht wordt. Wanneer we het gewenste gedrag systematisch blijven belonen, wordt dit nieuwe gedrag de norm voor de hond. Dit noemen we positieve bekrachtiging. 

 

En ja... je hond belonen met voer hoort hierbij. Wetenschappelijk bewijs toont aan dat het belonen met voedsel, vooral aan het begin van de training, helpt om je hond sneller iets aan te leren. Maar het gaat niet alleen om het geven van voedsel op het juiste moment; de kwaliteit van dat voedsel is ook belangrijk. Een smakelijk stukje vlees kan bijvoorbeeld effectiever zijn dan een handje droge brokken. En het is niet alleen voedsel dat werkt. Spel en sociale interactie kunnen ook krachtige beloningen zijn. Het is maar net waar je hond het beste op reageert en wat voor hem de beste beloning is. 

 

De gedachtegang dat voertjes alleen een omkoopmiddel zijn, dat je alleen een pup beloont voor gewenst gedrag en dat je volwassen hond maar gewoon moet luisteren naar jou zonder voertjes, past niet in de hedendaagse kijk op hondentraining. Trainen met behulp van beloningen is echt effectiever. Ook de dooddoener dat honden (of wolven) elkaar niet belonen, is geen goed argument. Honden (of wolven) leren elkaar niet allerlei onnatuurlijke gedragingen aan, zoals zit, af, blijf, wacht en rol om. Honden worden geacht zich aan te passen aan onze menselijke maatschappij en onze huisregels. Dat gaat niet vanzelf. Je hond trainen met een beloningssysteem zorgt ervoor dat je hond welwillend is om te kijken wat je hem wilt gaan leren en dat hij het nut daarvan in gaat zien.

 

Inzichten in hondenpsychologie en gedrag hebben geleid tot een flinke verschuiving in de benadering van hondenopvoeding, waarbij positieve bekrachtiging, empathie (rekening houden met gevoelens) en samenwerking met je hond centraal staan. 

 

DUS JE HOEFT GEEN LEIDERSCHAP TE TONEN AAN JE HOND?

Nee, in elk geval niet op basis van de dominantietheorie. Niet in termen van de 'alfa' of de 'roedelleider' moeten zijn. Hopelijk heb je inmiddels begrepen, dat dit gebaseerd is op verkeerd onderzoek en niet van toepassing is op onze huishonden. Het opvoeden van honden gaat niet over overheersing, maar eerder over begeleiding en ondersteuning. Je begeleidt je hond tijdens zijn opgroeien, zijn ontwikkeling en bij alles wat hij ervaart en leert.

 

Je hond heeft het wél nodig dat je duidelijk bent in wat je van hem vraagt en in wat er wel en niet mag. Dat gaat prima zonder straf, zonder stemverheffing, zonder pijn, dwang, dreigementen, schrik en angst aanjagen. Je hond heeft het nodig dat je duidelijk én consequent bent. Vanwege zijn beperktere cognitieve capaciteiten, begrijpt je hond je niet als hij bijvoorbeeld de ene keer wel op de bank mag en de andere keer niet. Hij snapt het niet dat je de ene keer wel een stukje brood met hem deelt tijdens de lunch, maar hij de volgende keer moet wegwezen als je bezoek te eten hebt. Je hond begrijpt niet dat hij niet aan de lijn mag trekken, als jij hem niet goed hebt aangeleerd hoe hij aan de lijn moet wandelen. Je hond weet niet hoe hij zich wél moet gedragen, als jij hem alleen maar corrigeert als hij opspringt tegen het bezoek en hem niet aanleert wat je daarvoor in de plaats van hem verwacht. Enzovoort! 

 

Je hond heeft duidelijkheid nodig. En regels en grenzen. En dat jij hier consequent in bent. Als je er zo naar kijkt, zou je dus kunnen zeggen dat je hond leiderschap nodig heeft. Zolang we maar wegblijven van de gedachte dat we onze hond de baas moeten zijn en dat we zijn roedelleider moeten zijn en zolang we wegblijven van aversieve middelen en methodes, zal je hond "leiderschap" zelfs prettig vinden. Zelf gebruik ik het woord leiderschap niet, vanwege de verwarring bij veel mensen. Liever spreek ik daarom van begeleiden, sturen en opvoeden.

 

NOG NIET OVERTUIGD?

Denk je nu nog steeds dat honden een roedelleider nodig hebben? Dat ze dominant over ons willen zijn? Dat ze overal de strijd over aangaan en dat je al het ongewenste gedrag moet onderdrukken en afstraffen? Denk je nog steeds dat die hondencoach op TV of de trainer op de hondenschool, die spreekt over leiderschap tonen en de 'alfa' moeten zijn, het bij het juiste eind heeft? Geloof je niet in de wetenschap? Denk dan hier maar eens over na: 

 

  • Vroeger dachten mensen dat de aarde het middelpunt van alles was, maar later ontdekten slimme mensen zoals Copernicus en Galileo dat eigenlijk de aarde om de zon draait, net zoals planeten om een ster draaien. Dus, in plaats van de aarde in het middelpunt te zien, begonnen we te begrijpen dat de zon in het middelpunt staat van ons zonnestelsel. Dit veranderde de manier waarop we naar de wereld keken en noemen we nu het heliocentrische wereldbeeld. Het laat zien hoe wetenschap ons kan helpen om de waarheid te ontdekken, zelfs als die anders is dan wat we eerst dachten. En nog worden er steeds meer ontdekkingen gedaan over de ruimte om ons heen.
  • Of wat denk je van deze overtuiging? Vroeger dachten mensen dat de aarde plat was, zoals een pannenkoek. Als je te ver de zee opvoer, kon je er wel af vallen. Maar nu weten we dat de aarde rond is, net als een bal. En er is sprake van zwaartekracht. Dit is bewezen door wetenschappers en ruimtevaart.
  • Of deze: Mensen dachten vroeger dat roken niet schadelijk was, sommigen dachten zelfs dat het gezond was. Maar nu weten we dat roken heel slecht is voor onze gezondheid. Wetenschappers hebben dit bewezen.

 

Oude theorieën en overtuigingen worden herzien. De wetenschap staat nooit stil en we leren steeds meer bij, door gedegen onderzoek. Zo ook in onze kennis over honden. We weten nog lang niet alles, maar we weten wel dat de dominantietheorie niet thuishoort in hondenopvoeding en -training. Door empathie en liefde te tonen en door duidelijk te zijn en grenzen te stellen, kunnen we onze honden helpen zich te ontwikkelen tot gelukkige en gehoorzame metgezellen. Hiervoor zijn aversieve middelen niet nodig en zelfs onwenselijk voor het welzijn van je hond en onwenselijk voor de band met je hond. We kunnen (bege)leiders zijn zonder dictator te zijn.





 

08 september 2023

Wel of niet naar het hondenzwemmen?

Het is weer bijna zover: de openluchtzwembaden gaan dicht en dan mogen alle honden komen zwemmen. Dat klinkt superleuk, maar is dat het ook voor jouw hond? 

De hondenplons, een speciale zwemdag voor honden, lijkt op het eerste gezicht een fantastisch idee. Het is tenslotte een evenement dat speciaal voor honden is georganiseerd en het kan ontzettend leuk zijn om samen met je hond te zwemmen. Maar heb je er wel over nagedacht of dit ook iets voor jouw hond is? Niet alle honden houden van zwemmen of ze kunnen het (nog) niet. Die honden zouden zo'n evenement als stressvol kunnen ervaren.

Bovendien voelen veel honden zich ongemakkelijk in drukke en chaotische situaties, zoals een hondenplons. Honden kunnen last krijgen van stress, wat kan leiden tot onvoorspelbaar gedrag. De signalen zijn soms subtiel: gapen, tongelen, wegkijken, en zelfs trillen zijn indicatoren die aangeven dat je hond gestrest is. Een hond kan ook andere signalen laten zien, zoals hyperactief gedrag, piepen, janken en blaffen. Dat wordt vaak gezien als enthousiasme van de hond, maar het kan ook spanning zijn. Spanning kan leuk zijn en niet leuk zijn. In elk geval betekent spanning dat een hond niet relaxed is. Zwemmen kan heel leuk zijn, maar is het verstandig om dat te doen bij een meestal erg drukke hondenplons?

Voor welke honden is het geen goed idee?

 

·       Voor honden die het (vaak) spannend vinden om andere honden tegen te komen.

·       Voor honden die moeite hebben met nieuwe of niet vaak voorkomende situaties.

·       Voor honden die liever niet sociaal willen zijn met andere honden (en dan hoeven ze dus geen angst te voelen).

·       Voor honden die niet los van de lijn kunnen. 

·       Voor honden die niet van lawaai en/of blaffende honden houden.

·       Voor jonge, onervaren pups.

·       Voor honden die erg oud zijn en/of gezondheidsproblemen hebben.

 

Wees een wijze baas en ga er niet heen, als jouw hond voldoet aan één of meer van bovenstaande punten. En ook bij twijfel: niet doen.

 

Voor welke honden kan een hondenplons wél leuk zijn? 

 

·       Voor honden die (bijna) altijd sociaal zijn met andere honden.

·       Voor honden die van water houden 

·       Voor honden die het water in durven te springen, als ze er niet rustig zelf in kunnen lopen.

·       Voor honden die geen moeite hebben met drukke, chaotische, lawaaierige omgevingen.

·       Voor honden die fit en gezond zijn.

 

Maar zelfs als jouw hond aan bovenstaande punten voldoet, zou het nog steeds zo kunnen zijn dat zo'n zwemfeest niks voor jouw hond is. Kijk daarom goed naar de signalen die jouw hond laat zien. Signalen zoals een lage staart, een strak lijf, grote ogen met zichtbaar oogwit, gapen, tongelen, trillen, oren plat tegen het hoofd gedrukt en hijgen (terwijl hij het niet warm heeft) kunnen tekenen zijn van ongemak, stress of zelfs angst. Ga je hond dan zeker niet dwingen om te gaan zwemmen, maar laat je hond even rustig het terrein verkennen en zorg in eerste instantie voor voldoende afstand tot andere honden. Geef je hond zelf de keuze of hij dichterbij bij de andere honden wil komen en of hij wil zwemmen.

 

Je kunt je hond optillen, als hij niet in het water durft te springen, maar realiseer je dat je je hond op deze manier weinig keuze geeft en dat hij niet zelf makkelijk de kant op kan komen, als hij eruit zou willen. 

 

Vraag je altijd af of die blije waterrat van jou net zoveel plezier zal hebben bij een hondenplons of dat hij veel liever met jou naar een minder drukke plek gaat, waar hij zelf het water in kan lopen. En... vraag je ook altijd af of je het voor je hond doet of eigenlijk voor jezelf, omdat jij het leuk vindt en je denkt dat je hond het leuk zal vinden.




 

30 augustus 2023

Waarom wandelt mijn oudere hond niet meer voor me, maar achter me?

Het gedrag van een hond kan om verschillende redenen veranderen naarmate hij ouder wordt. Ook zie je vaak fysieke verschillen met toen je hond jong was. Dit is niet anders dan met ouder wordende mensen het geval is. Een klant vroeg mij laatst waarom haar hond tegenwoordig tijdens de boswandelingen achter haar loopt en niet meer vóór haar. Hier zijn enkele mogelijke redenen waarom een oudere hond meer achter je zou kunnen gaan lopen tijdens wandelingen:

 

Misschien zijn er gezondheidsproblemen. Oudere honden kunnen kampen met verschillende gezondheidsproblemen zoals bijvoorbeeld artrose, verminderd gezichtsvermogen of gehoorverlies, die hun vermogen om voorop te lopen kunnen beïnvloeden.

 

Vermoeidheid kan ook een rol spelen. Oudere honden raken vaak sneller vermoeid en hebben wellicht niet meer de energie om voorop te lopen of naast je te joggen zoals ze vroeger deden.

 

Gebrek aan zelfvertrouwen omdat de hersenfunctie achteruitgaat. Sommige oudere honden worden minder zelfverzekerd, vooral als ze tekenen van dementie vertonen. Hierdoor kunnen ze liever dicht bij hun eigenaar blijven voor comfort en veiligheid.

 

Een hond kan veranderende prioriteiten hebben. Het kan zijn dat een oudere hond simpelweg andere prioriteiten heeft dan een jongere hond. Miisschien geeft hij de voorkeur aan snuffelen boven rennen, of aan het gezelschap van zijn eigenaar boven het verkennen van de omgeving.

 

Veranderd temperament. Sommige honden worden rustiger en minder ondernemend als ze ouder worden, wat kan leiden tot een gedragsverandering tijdens wandelingen.

 

Wandelt jouw oudere hond ook minder snel en blijft hij een beetje achter? Accepteer het gewoon en moedig je hond niet aan om sneller te lopen. Wandel zelf ook wat langzamer en las af en toe een pauze in. Je hond komt echt wel met je mee, laat hem zijn eigen tempo maar bepalen.

 

Als je merkt dat het gedrag van je hond (jong of oud!!) opvallend verandert, is het raadzaam om een dierenarts te raadplegen voor een grondig onderzoek. Dit kan helpen om eventuele onderliggende gezondheidsproblemen uit te sluiten of te behandelen. Artrose bijvoorbeeld is gewoon heel pijnlijk. Gun je hond dan een pijnstiller!




20 augustus 2023

Oh bah, mijn hond eet poep!

Waarom eten honden poep? 

Je ziet of hoort weleens dat honden graag poep eten. Of misschien eet jouw eigen hond weleens een keuteltje hier of daar of... als hij de kans krijgt, werkt hij het halve hondenveld naar binnen. De ene hond houdt het op de keutels van klein of groot wild en kattenpoep, andere honden doen zich tegoed aan poep van andere honden. En mensenpoep is blijkbaar voor bijna iedere hond een lekkernij. Gatsie!


Wij kunnen ons er niets bij voorstellen, we vinden dit erg vies. We hebben er zelfs een chique woord voor: coprofagie. Maar waarom eten honden eigenlijk poep? We weten het niet precies, maar onderzoek geeft een aantal mogelijkheden:


Evolutionaire redenen: De vroege honden, nakomelingen van een inmiddels uitgestorven, tammer wordende wolvensoort, waren afval-eters en menselijke uitwerpselen werden als een belangrijke, eiwitrijke voedselbron gebruikt. Deze bevinding wordt ondersteund door recente studies uit verschillende regio's, waaronder Ethiopië, Zimbabwe en de Filippijnen, die aantoonden dat vrij rondlopende honden vaak menselijke uitwerpselen eten. De mogelijke rol van menselijke uitwerpselen in de evolutie van honden roept nog veel vragen op. Er is verder onderzoek nodig om deze te beantwoorden, maar het zou dus kunnen zijn dat honden poep eten, omdat dat gewoon in het (natuurlijke) dagelijkse menu hoort. Uit meerdere onderzoeken komt naar voren, dat het heel normaal is/was, dat honden poep eten. Zowel van andere dieren, als van mensen. 

 

Honger: De meest voorkomende redenen dat een hond (eigen) ontlasting eet, zijn honger en vraatzucht. Honden die op dieet zijn en trek hebben zullen alles wat ze kunnen vinden opeten. Daarom eten ze niet alleen de poep van andere dieren en mensen, maar eventueel ook van zichzelf en van soortgenoten. Ook gecastreerde honden hebben vaak meer honger en kunnen poep gaan eten, na hun castratie. (Ook bij teven heet het oorspronkelijk castratie, maar we noemen het vaak sterilisatie.)

 

Smaak: Voor veel honden is de smaak van uitwerpselen gewoon aantrekkelijk, vooral als de ontlasting resten van voedsel bevat. Je ziet ook vaak dat honden wel voorkeur hebben en niet élke willekeurige drol naar binnen werken.

 

Moederlijke instincten: Teefjes likken de ontlasting van hun pups om hun nest schoon te houden en om hun pups te stimuleren om zich te ontlasten. Pups kunnen dit gedrag ook nadoen en het kan een gewoonte worden.

 

Verveling of angst: Honden die veel alleen zijn, zich vervelen of angstig zijn, kunnen soms uitwerpselen eten als een vorm van afleiding of als een copingmechanisme (de manier van omgaan met problemen en/of stress).

 

Aandacht zoeken: Als een hond merkt dat hij aandacht (ook negatieve) krijgt wanneer hij poep eet, kan hij doorgaan met het gedrag om die reactie van zijn eigenaar te blijven krijgen.

 

Gedrag aangeleerd van andere honden: Als een hond ziet dat een andere hond poep eet, kan hij dit gedrag kopiëren.

 

Voedingsstoffen: Soms kan het eten van uitwerpselen wijzen op een tekort aan bepaalde voedingsstoffen of enzymen in het dieet van de hond. Dat zal bij de meeste huishonden in Nederland en de rest van de moderne Westerse wereld echter niet snel het geval zijn, omdat het hondenvoer aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.

 

Medische problemen: Sommige gezondheidsproblemen, zoals enzymdeficiënties, pancreasproblemen of parasieten, kunnen ervoor zorgen dat honden ontlasting eten.

 

Als een hond regelmatig poep eet, is het belangrijk om met een dierenarts te praten om medische problemen uit te sluiten. Daarnaast kunnen aanpassingen in het dieet, gedragstraining, het schoonhouden van de leefomgeving en op plekken wandelen waar minder poep ligt helpen om het gedrag te verminderen.





22 juli 2023

Hoe weet ik of mijn hond gelukkig is

De meeste mensen hebben een hond, omdat ze dat zelf heel graag willen en ze zijn dan ook dól op hun hond. Ik twijfel er niet aan, dat (bijna) iedere hondeneigenaar heel erg van zijn hond houdt. Toch geeft dat houden-van geen garantie op het geluksgevoel van je hond. Daarvoor moet je eigenlijk wat meer van honden weten en begrijpen. Ik licht er wat puntjes uit en geef je een lijst van 'gelukkig-makers'.


EIGEN INTERPRETATIE

Hoe denken we over het algemeen onze hond gelukkig te maken? Door lekker eten te geven, door je hond uit te laten, door hem te aaien en door samen te spelen. Nu zijn dit absoluut geen ongewone zaken, maar onze eigen interpretatie hiervan sluit misschien niet altijd aan bij je hond. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de meeste filmpjes over honden, die op social media gedeeld worden, is er bijna geen filmpje te vinden waarbij honden op de juiste wijze beoordeeld en/of behandeld worden. Begrijp me goed, mij moet je ook geen filmpje laten maken over het ontwerpen van een fiets. Ondanks dat ik wekelijks op een fiets rijd, weet ik niet hoe je een fiets bouwt. Maar zelfs over andere dieren, laten we apen als voorbeeld nemen, weet ik niets. Ik ben niet op de hoogte van (de betekenis van) hun gedragingen, van hun mimiek, van hoe ze behoren te bewegen zonder discomfort, etc. Als ik apen achter elkaar aan zie 'vangen' in de dierentuin, zal ik het gedrag hoogstwaarschijnlijk verkeerd interpreteren, omdat ik ze vergelijk met mensen of misschien met honden, omdat ik daar dan toevallig wat meer van weet. 

 

Het is dus niet heel raar dat mensen filmpjes maken van hun hond die echt mega-schuldig kijkt, wanneer hij de prullenbak op de kop heeft gezet tijdens de afwezigheid van zijn eigenaar. Het bijschrift is altijd, dat de hond zich schuldig voelt en dat hij dondersgoed weet wat hij verkeerd heeft gedaan. Dit is niet waar, dat maken wij ervan. Die zogenaamde schuldige blik is een blik vol stresssignalen. De baas doet raar, waarschijnlijk met een (boze of geschrokken) houding en stem die hij al eens eerder gehoord heeft en de hond weet niet wat hij moet doen, behalve laten zien dat hij geen conflict wil en stress heeft. Onze eigen interpretatie is, dat hij zich schuldig voelt en die interpretatie klopt niet. Nu is dit maar één voorbeeld, er zijn er natuurlijk veel meer. Ook over meer basale dingen, zoals voeding, wandelingen, aandacht en spelen bestaan onwaarheden en misinterpretaties. Of dat je er gewoon nooit bij stil hebt gestaan, wat iets doet of betekent. 

 

DE GELUKKIGE ETER

Het eerste van die basale dingen die ik noemde was eten. Stel je voor dat mijn moeder mij altijd taart, patat en chocolade had geven, om mij gelukkig te maken. Natuurlijk zou ik heel blij zijn geweest met de lekkernijen! Veel lekkerder dan aardappelen met groente of bijv. macaroni. Voor dat eerste geluksgevoel zouden die lekkernijen echt uit de kunst zijn, maar op de lange duur was ik er vast niet gelukkig van gebleven. Een voedingsstoffentekort en waarschijnlijk een ongezond gewicht maken uiteindelijk niet gelukkig. Wat heeft dit nu met honden te maken? Veel honden krijgen niet de voeding die zij nodig hebben. Of je nu kiest voor een goedkopere voeding uit de supermarkt of juist een hele dure voeding uit de dierenspeciaalzaak, rauw vlees, blikvoer of brokken en daarnaast nog allerlei overheerlijke snacks, dat wat jij kiest voor je hond hoeft niet persé goed voor hem te zijn. Je hond heeft voeding nodig die past bij zijn leeftijd, grootte, (gezond) gewicht, bij zijn activiteiten/leefstijl en eventuele gevoeligheden voor bepaalde voedingsstoffen. Wanneer je niet voldoet aan zijn persoonlijke behoeften, zal je hond niet echt lekker in zijn vel zitten. En wist je dat zeker de helft van alle honden te zwaar is?

 

WANDEL JIJ PASSEND?

Dan het uitlaten. Dat is sowieso nodig, zodat je hond zijn behoefte kan doen. Realiseer je je dat honden dus alleen naar 'de wc' kunnen, als jij daar de gelegenheid voor geeft? Pups moeten er de eerste weken wel 2x per (wakker) uurtje uit, volwassen honden kunnen over het algemeen toe met gemiddeld 4 wandelingen. Of dit ook echt fijn is voor honden, valt te bediscussiëren. Maar wandelingen gaan niet alleen over plassen en poepen. Wandelingen gaan ook over de mogelijkheid tot snuffelen, (indien gewenst) socializen, ontdekken, in beweging zijn, etc. Zijn jouw wandelingen passend bij jouw hond? Maak je voldoende wandelingen? Zijn de wandelingen lang genoeg? Of maak je er misschien teveel of is de lange wandeling te lang? Naar welke plek ga je? Kan jouw hond daar op zijn gemak snuffelen, zijn behoefte doen, socializen als hij dat kan en wil of juist andere honden vermijden als hij dat lastig vindt? In het bos waar ik veel kom, wandelt iemand met een hondje dat luid en angstig blaffend door het bos gaat, wanneer ze een andere hond ziet. Gezien de verschillende tijdstippen dat ik daar kom, schat ik in, dat dit hondje er minimaal tweemaal daags loopt. Al blaffend. "Heerlijk toch, tweemaal daags los naar het bos! Wat een luxe!" .... Misschien zou dit hondje toch gelukkiger worden van andersoortige wandelingen? Wat past bij jouw hond?

 

AAI JE VOOR HEM OF VOOR JOU?

Aaien... De meeste honden houden best van aandacht en ook dat je hem aanhaalt, maar wist je dat honden het ook vaak helemaal niet zo prettig vinden? Weet jij op welk plekje hij heel graag gekroeld wordt? Zie jij aan je hond wanneer hij graag geaaid wordt en wanneer het genoeg voor hem is? Ga je weleens aaien of door met aaien, omdat je er zelf zo'n behoefte aan hebt? Til je je kleine hondje regelmatig even op? Of omhels je je schat even stevig als je daartoe de behoefte voelt? Neem jij altijd het initiatief om te aaien of komt je hond bij jou om aaitjes vragen? Wordt jouw hond ook weleens aangehaald door onbekenden? Kun jij dan zien aan je hond of hij dat echt fijn vindt, het niet fijn vindt of het toelaat omdat dat zo hoort? Ik kan me van vroeger herinneren dat ik op verjaardagen al mijn tantes en ooms (6 van moeders kant en 8 van vaders kant, plús de aangetrouwde ooms en tantes) langs moest voor een handje en zoenen. Ik deed het omdat het moest. Ik liet het toe omdat het zo hoorde. Ik glimlachte erbij en was beleefd. Beantwoordde al die zelfde vragen elke keer netjes. Natuurlijk waren al mijn ooms en tantes hartstikke lief, aardig en echt geïnteresseerd, maar ik werd doodongelukkig van die eerste 15 minuten met of op bezoek! Ik weet nog dat ik eerst een poos verstopt op de trap bleef zitten, voor ik de woonkamer in durfde te gaan waar al het bezoek zat. Voor het geluk van jouw hond is het belangrijk dat je weet wat hij wel en niet prettig vindt in het contact met jou, je gezin en alle mensen die hij tegenkomt. Respecteer de gevoelens, voorkeuren en wensen van je hond! Daar maak je hem echt gelukkig mee!

 

GESCHIKT SPEL

Spelen met je hond is bijna altijd leuk, maar spel moet wel aan voorwaarden en spelregels voldoen. Spel moet vrijblijvend zijn en niet opgedrongen worden. Spel moet niet té fanatiek zijn. Het moet ook niet frustrerend zijn. Spel moet gelijkwaardig zijn en het moet van twee kanten komen. Het type spel moet passen bij jouw hond en moet geen blessures opleveren. 

Ook het spelen tussen honden onderling moet passend zijn. Samen spelen is best intiem, dat doe je maar niet zo met de eerste de beste die je tegenkomt. Ook bij spel tussen honden geldt dat het vrijblijvend moet zijn en niet opgedrongen. Het moet gelijkwaardig zijn en er moeten (soms minuscuul korte) pauzes zijn. Het moet niet frustreren en niet te fanatiek gaan. Het type spel moet bij beide honden passen en het moet niet zo wild gaan, dat iemand zich zeer doet of het teveel of eng vindt. Spelen is geen must en heel veel 'spel' wat we zien tussen honden, is geen echt spel. Je hond wordt gelukkiger, wanneer hij zelf mag kiezen wanneer, hoe en met wie hij mag spelen en dat jij regelt dat het ook daadwerkelijk zo gaat.

 

GELUKKIG-MAKERS

Dit waren de dingen waar de meeste mensen over nadenken, als ze denken aan de verzorging en het gelukkig maken van hun hond. Er zijn er echter veel meer! Ik zet ze hieronder. Aan hoeveel van onderstaande gelukkig-makers voldoe jij? En weet je dat zeker?

 

  1. Mijn hond heeft een eigen, veilige plek waar hij heen kan gaan als hij spanning voelt of rust nodig heeft.
  2. Iedereen in huis laat de hond met rust, wanneer hij op zijn eigen, veilige plekje ligt.
  3. Mijn hond heeft een eigen bed/mand/plek, waar hij lekker kan slapen.
  4. Mijn huis is een veilige plek voor mijn hond, hij kan niet iets gevaarlijks pakken/eten.
  5. We hebben een dagelijkse routine met de hond en hij komt goed aan zijn trekken.
  6. Ons gezin zit op één lijn qua opvoeding van en omgang met de hond.
  7. Mijn hond heeft de keuze of hij wel of geen interactie wil met alle gezinsleden.
  8. Kinderen benaderen de hond nooit, wanneer hij ergens ligt of zit.
  9. Jonge kinderen komen nooit bij mijn hond in de buurt, zonder dat ik of een ander gezinslid (boven de 12 jr.) dit begeleidt.
  10. Mijn hond maakt voldoende wandelingen op een dag.
  11. Tijdens de wandelingen krijgt hij de gelegenheid om te snuffelen.
  12. Mijn hond wordt niet te vaak en te lang alleen thuis gelaten.
  13. Ik ga met mijn hond naar de dierenarts, als hij zich niet in orde voelt.
  14. Mijn hond wordt behandeld tegen parasieten, als hij daar last van heeft.
  15. Mijn hond heeft een gezond gewicht.
  16. De voeding van mijn hond past bij zijn leeftijd, gewicht, energielevel en eventuele gevoeligheden.
  17. Als mijn hond sociaal is en het leuk vindt, mag hij met gelijkgestemde honden spelen.
  18. Als mijn hond andere honden spannend vindt, zorg ik ervoor dat hij niet in lastige situaties komt.
  19. Mijn hond heeft veilig speelgoed wat bij hem past.
  20. Mijn hond krijgt speelgoed op lekker op te kauwen.
  21. Mijn hond wordt niet opgevoed met correcties zoals schreeuwen, slaan, duwen, knijpen en een correctieband.
  22. Wanneer mijn hond iets nieuws leert, dan doe ik dat zonder dwang en met beloningen.
  23. In de auto heeft mijn hond een veilige plek.
  24. Als mijn hond moeite heeft met onbekende mensen/onbekend bezoek, dan pas ik management toe waar mijn hond blij en gerust van wordt.
  25. Als mijn hond lelijk doet tegen één van mijn gezinsleden, zoek ik meteen hulp om te achterhalen of waar het misgaat in het contact tussen mijn hond en dat gezinslid of dat mijn hond misschien een medisch probleem heeft.
  26. Ik ken de stresssignalen die honden kunnen geven en help mijn hond, als ik het zie.
  27. Als er nood aan de man is, heb ik een plek waar ik mijn hond (tijdelijk) naartoe kan brengen.

Hopelijk geeft mijn verhaal en deze opsomming stof tot nadenken over het gelukkig maken van jouw hond. Heb je er vragen over? Wil je meer inzichten? Wil je weten hoe je jouw hond gelukkiger kan maken? Ik help je graag!

 

Bron: Naast mijn eigen kennis, ervaring en inzichten, heb ik gebruik gemaakt van de lijst in het boek van Zazie Todd, Wag, the science of making your dog happy.

20 juli 2023

Achter het gedrag van je hond zit meestal een emotie

Honden heb je in allerlei soorten en maten. Het zijn in den beginne zoogdieren, net als wij mensen.

Een zoogdier onderscheidt zich van andere dieren op een aantal eigenschappen. Deze tien kenmerken zijn:
- Ze hebben een skelet. Het zijn dus gewervelde dieren
- Ze een schedel waarvan alleen de onderkaak kan bewegen om te eten
- Ze hebben dezelfde drie gehoorbotjes (de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel)
- Ze worden levend geboren uit de buik van de moeder (m.u.v. het vogelbekdier en de mierenegel)
- Ze zogen na de geboorte bij hun moeder voor melk
- Ze hebben longen waarmee ze adem halen
- Ze hebben allemaal haar (of het is zichtbaar dat er ooit haar groeide)
- Ze zijn warmbloedig
- Ze zijn hartstikke intelligent door hun goed ontwikkelde hersenen
- Ze hebben zweetklieren waarmee ze vocht (zweet) kunnen verliezen
Dit is (meestal) algemeen bekend, maar een hond (zoogdier) heeft nóg iets gemeen met de mens (ook een zoogdier), namelijk dat ze emoties hebben. Daar wordt vaak niet diep genoeg over nagedacht. Een hond kan blij, boos, verdrietig en bang zijn. Een hond kan willen spelen, (willen) zorgen, lust voelen en nieuwsgierig zijn. Het verschilt niet zoveel van ons, mensen.
Het omgaan met honden kun je vergelijken met het omgaan met (jonge) kinderen. Een bang kind ga je niet negeren, een luid kind doe je geen anti-schreeuw-band om en een enthousiast kind geef je geen tik over de neus. Toch? Doe dat soort dingen daarom ook niet bij een hond.
Doe niet aan symptoombestrijding (wat je meestal niets of alleen maar iets vervelends oplevert), maar bedenk waaróm je hond iets doet of juist niet doet. Hij heeft daar een geldige reden voor en bijna altijd zit daar een emotie achter. Als je je hond beter snapt, kun je beter met hem omgaan en hem helpen.





23 november 2018

Kwispelen

De hondenstaart als communicatiemiddel

Is een kwispelende hond is altijd een blije hond? Nee, het kwispelen van een hond duidt niet altijd op blijheid. Eigenlijk ‘zegt’ een hond nooit alleen maar “ik ben blij!” als hij kwispelt. Het betekent ook niet altijd dat de hond vriendelijk is en met jou in contact wil. Sterker nog: een hond kan bang, onzeker of zelfs agressief zijn als hij kwispelt! Het kwispelen is onderdeel van de hondentaal en daarmee maakt een hond duidelijk hoe hij zich voelt.

Kwispelen is deels aangeboren, maar deels ook aangeleerd door de soortgenoten waarmee ze opgroeiden en socialiseerden. Je kunt dan ook niet stellen dat elke hond op dezelfde manieren kwispelt en dat dat allemaal precies hetzelfde betekent. Dan heb je ook nog honden die van nature hun staart vrij laag hebben hangen - bijna tussen hun achterpoten - zoals bijvoorbeeld veel windhonden. En honden die van nature de staart heel hoog dragen, soms zelf als een krul op de rug en natuurlijk alles daar tussen in. En wat te denken van honden die geen staart of een heel kort krom stukje staart hebben? Daarvan zie je niet of niet goed op welke manier zij kwispelen. Dat bemoeilijkt de communicatie tussen honden en voor ons is het ook niet duidelijk hoe er gekwispeld wordt en moet er nog beter op de rest van de houding van de hond gelet worden om te weten hoe hij zich voelt.

Het staat niet volledig vast wat de betekenis is van de verschillende kwispels, maar na een aantal onderzoeken denken we dat een brede, waaierige, rustige kwispel duidt op vriendelijkheid. Is de kwispel sneller, dan is er meer opwinding bij de hond, wat wij vaak interpreteren als blij. Bij het kijken naar het eigen baasje, kwispelen honden wat sneller en veelal meer naar rechts. Bij het kijken naar een vreemde, kwispelen de meeste honden ook naar rechts, maar minder en rustiger.

Vindt een hond iets spannend, maar is hij niet in paniek dan is de staart laag en kwispelt alleen het uiterste staartpuntje. Hiermee geeft de hond een kalmerend signaal af, hij laat zien dat hij geen confrontatie wil. 

Als de hond het zó spannend vindt dat hij angstig is, zal de staart meestal (indien mogelijk) helemaal tegen de buik aan zitten en dan is er geen kwispel meer te zien. De rug is daarbij meestal ook gekromd. Bij milde angst kan de staart diep tussen de achterpoten nog een klein kwispeltje geven.

Een propellor-kwispel kan duiden op hevige opwinding, misschien zelfs met wat onzekerheid. Vaak reageren deze honden vriendelijk naar jou of een andere hond, maar is hun houding wat laag. Zo geven zij ook weer aan, dat zij geen confrontatie willen.

Bij het waarnemen van een kat (of ander ‘prooidier’), gaat de staart vaak omhoog. Bij de ene hond staat de staart stil in de lucht, de ander heeft nog een klein strak kwispeltje, (meestal) naar rechts. Deze staarthouding zie je ook vaak wanneer honden elkaar ontmoeten en het niet vertrouwen, onzeker zijn en zich 'groot' willen maken. Alleen is de kwispel dan meer naar links! Dit duidt op een waarschuwende, (niet zozeer positieve) opgewonden of zelfs agressieve houding. Zeker in combinatie met rechtopstaande haren op rug en staart. De hond zou dan kunnen besluiten om aan te vallen. Let op, we hebben het hier niet over zogenaamde 'dominante' honden, die andere honden de baas willen zijn. Hoe een hond zich voelt ten opzichte van een andere hond, is altijd afhankelijk van de situatie. 

Een horizontale staart zonder kwispel betekent meestal dat de hond alert is en ergens naar kijkt. Een middelhoge positie van de staart (dus iets onder horizontaal) betekent meestal dat de hond ontspannen is.

Vergis je niet, een hond met een lage(re) of neutrale staart is niet bij voorbaat vriendelijk en aaibaar. Vooral honden die vervelende ervaringen hebben opgedaan kunnen ineens toch vanuit angst uitvallen, terwijl hun staart jou iets anders ‘vertelt’.

Veel honden vinden het prima dat je in de buurt bent, maar vinden het onprettig om rechtsreeks benaderd en geaaid te worden, ondanks dat ze een vriendelijke, blije kwispel hebben. Heb je enorme aaibehoefte, vraag dan eerst aan de eigenaar of de hond geaaid mag worden en als dat mag, vraag dan de hond naar jou toe te komen. Maak je eventueel klein door op je hurken te gaan zitten. Uiteraard zijn er ook veel honden die meer dan genoeg vertrouwen hebben in mensen en zich vanzelf lekker - al kwispelend - tegen je aandrukken.